Resultaten Enkuesta Sosial 2025

Curaçaoan society is continuously evolving in social terms. In order to gain insight into these changes and the needs of the population, the Central Bureau of Statistics (CBS) conducted the Enkuesta Sosial (ES) (Social Survey) between September and November 2025. This publication presents the first results of the survey, based on selected components of the broader survey programme.
The Enkuesta Sosial included questions on various aspects of daily life, grouped into nine themes:
- Labour
- Housing
- Education
- Health and well-being
- Information and communication technology (ICT)
- Media
- Social cohesion
- Participation in sports and cultural activities
- Victimization
Each theme provides insight into relevant social developments in Curaçao.
As mentioned earlier, this publication presents the first results of the Enkuesta Sosial. The results for the Labour and Housing themes will be published at a later stage. Since this publication constitutes an initial exploration of the data, no comparisons are made between themes, between individual questions within the same theme, or between different years. Separate, more in-depth reports will be published in which such analyses will be included.
Below you can find a brief analysis of each theme individually. You can also download the full report here : Eerste resultaten Enkuesta Sosial 2025
Resultaten thema Onderwijs

Binnen het thema Onderwijs zijn er verschillende vragen gesteld over de onderwijssituatie van de bevolking van Curaçao, zoals het hoogst gevolgde opleidingsniveau, de studierichting, de plaats waar de studie is gevolgd en eventuele redenen om in het buitenland te hebben gestudeerd of daar te studeren. In deze eerste resultaten worden de gegevens over het hoogst gevolgde opleidingsniveau 1gepresenteerd voor de populatie vanaf de leeftijd van 15 jaar oud op persoonsniveau. De overige informatie zal in een latere publicatie verder worden geanalyseerd. Volledige namen en definities van de opleidingsniveaus zijn te vinden op de CBS-website [Klik hier].

Een diepgaandere analyse naar de hoogst gevolgde opleidingsniveau van de populatie van Curaçao
geeft inzicht in de verschillen in opleidingsniveau per leeftijdsgroep (Zie Tabel 2). Oudere
generaties (65+) hebben vaker alleen funderend onderwijs, lager onderwijs of Mavo gevolgd, terwijl
jongere (15-24) en middelste leeftijdsgroepen (25–44 jaar) vaker SBO of hoger onderwijs hebben
gevolgd. Bij de jongste leeftijdsgroep (15–24) zijn de percentages voor hoger onderwijs nog relatief
laag, wat gedeeltelijk te verklaren is doordat veel respondenten in deze groep vaak nog in opleiding
zijn. Daarentegen komt een opleidingsniveau van SBO 2–4 binnen deze leeftijdsgroep relatief
vaker voor (29,5%).
1 Deze meting betreft het hoogst gevolgde opleidingsniveau, ongeacht of dit niveau werd afgerond. In een uitgebreidere publicatie wordt de relatie met het hoogst afgeronde opleidingsniveau verder besproken.
∗ Personen zonder formele opleiding of met een cursus-, vak-, bedrijfs-, politie-, of vergelijkbare opleiding
Onder de leeftijdsgroepen 25–34 en 35–44 is het opleidingsniveau SBO 2-4 r uim
vertegenwoordigd (respectievelijk 33,3% en 28,6%). Het aandeel met bachelor als hoogst
gevolgde opleiding is het hoogst bij 35–44-jarigen (20,2%), gevolgd door 45–54-jarigen (16,1%) en
25–34-jarigen (14,6%). Dit aandeel is minder bij oudere leeftijdsgroepen, met 11.1% bij 55–64-
jarigen en 10,5% bij 65-plussers. Voor masteropleidingen is een ander patroon zichtbaar. Het
aandeel respondenten met een masteropleiding als hoogst gevolgde niveau is over het algemeen
relatief minder vergeleken met een bacheloropleiding. De leeftijdsgroep met het grootste aandeel
binnen de masteropleiding is de groep 45–54-jarigen (11,5%), gevolgd door de groep 35–44-
jarigen (10,2%). Daarnaast bedraagt het aandeel 7,7% bij de 55–64-jarigen, 7,0% bij de 25–34-
jarigen en 3,8% bij de 65-plussers.

*Personen zonder formele opleiding of met een cursus-, vak-, bedrijfs-, politie-, of vergelijkbare opleiding.
Resultaten thema Gezondheid en Welzijn

Binnen het thema Gezondheid vormen de gezondheid van de bevolking en het gebruik van
zorgdiensten een belangrijk onderdeel. Hierbij zijn onder andere vragen gesteld over
ziekteverzuim, mentale gezondheid, zorggebruik, toegang tot zorg en tevredenheid over de
gezondheidszorg. In deze eerste publicatie staan twee kernaspecten centraal: het contact met de
huisarts en ziekteverzuim. Voor het huisartscontact is gekeken naar personen van 0 jaar en ouder,
terwijl ziekteverzuim uitsluitend is onderzocht onder personen van 15 jaar en ouder met een baan.
De resultaten bieden een eerste, beknopt inzicht in hoe de bevolking gebruikmaakt van de
gezondheidszorg en in de mate waarin ziekte leidt tot werk afwezigheid.
Contact met de huisarts
De gegevens in Tabel 3 laten zien dat het merendeel van de respondenten recent contact heeft
gehad met de huisarts. In totaal heeft 50,8% van de respondenten in de afgelopen zes maanden
een huisarts bezocht, wat de grootste categorie vormt. Daarnaast blijkt dat een groter aandeel
vrouwen recent de huisarts heeft bezocht; 55,1% van de vrouwen heeft in de afgelopen zes
maanden een bezoek gebracht, tegenover 45,5% van de mannen. Van de mannen heeft 31,9% de
huisarts meer dan twaalf maanden geleden bezocht, vergeleken met 22,7% van de vrouwen. In de
midden categorie van zes tot twaalf maanden zijn de verschillen tussen mannen (14,8%) en
vrouwen (15,6%) klein. Over het geheel genomen blijkt uit de resultaten dat het aandeel vrouwen
dat de huisarts in de afgelopen zes maanden heeft bezocht hoger is dan het aandeel mannen.

Ziekteverzuim
Figuur 1 geeft een overzicht van het ziekteverzuim onder de respondenten, uitgedrukt in aantal
dagen. In totaal gaf 12,9% van de respondenten aan in de 12 maanden voorafgaand aan het
interview op enig moment afwezig te zijn geweest van het werk vanwege gezondheidsproblemen.
Binnen deze groep rapporteerde 61,6% 1 tot 7 dagen afwezig te zijn geweest, terwijl 38,4% aangaf
in totaal meer dan een week afwezig te zijn geweest.
Vrouwen gaven vaker dan mannen aan afwezig te zijn geweest van het werk vanwege
gezondheidsproblemen (14,0% tegenover 11,7%) (zie Tabel 4). Wanneer echter wordt gekeken
naar de duur van het ziekteverzuim, blijkt dat mannen relatief vaker 1 tot 7 dagen afwezig waren
(65,1%) dan vrouwen (59,2%). Voor een afwezigheid van meer dan een week gaf 34,9% van de
mannen en 40,8% van de vrouwen aan wegens ziekte van het werk afwezig te zijn geweest. Deze
bevindingen suggereren dat vrouwen vaker ziekteverzuim ervaren, terwijl mannen relatief vaker
kortdurend verzuim rapporteren en vrouwen vaker langduriger afwezig zijn.


Resultaten thema Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Binnen het thema Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is onderzocht in hoeverre
huishoudens en personen toegang hebben tot en gebruikmaken van digitale technologie. Daarbij is
onderscheid gemaakt tussen gegevens op huishoudniveau (uitsluitend particulier) en gegevens op
persoonsniveau. De vragen over internetaansluiting en vaste telefoonlijnen zijn gesteld aan het
hoofd van het huishouden en hebben betrekking op de situatie van het gehele huishouden. De
vragen over apparaat gebruik en mobiele internettoegang zijn gesteld aan alle individuele leden van
het huishouden van 0 jaar en ouder.
In deze eerste resultaten worden cijfers gepresenteerd over de aanwezigheid van een
internetaansluiting en vaste telefoonlijnen per huishouden, en over de apparaten waarmee
individuele respondenten toegang krijgen tot het internet.
Uit de resultaten blijkt dat 83,6% van de huishoudens op Curaçao beschikt over een
internetaansluiting thuis. Een minderheid van 16,4% van de huishoudens heeft geen
internetaansluiting (zie figuur 2).

Op persoonsniveau is nagegaan welke apparaten respondenten gebruiken om toegang te krijgen
tot het internet via de vaste verbinding thuis (zie figuur 3). Binnen deze groep is de mobiele
telefoon het meest gebruikte apparaat: 96,1% geeft aan hiermee toegang te krijgen tot internet.
Daarnaast gebruikt 35,3% een laptop en 22,4% een tablet. Desktopcomputers worden door
11,4% gebruikt. Het gebruik van andere apparaten blijft beperkt, met 1,9% dat een gameconsole
gebruikt en 1,2% dat via een smart-tv of televisie online gaat.
Alle percentages zijn berekend op basis van de totale groep internetgebruikers en betreffen
meerdere antwoorden per respondent.

Een vaste telefoonlijn is een fysieke telefoonverbinding, in tegenstelling tot mobiele telefonie, die
gebruikmaakt van een draadloos netwerk. Uit de enquête blijkt dat de meerderheid van de
huishoudens op Curaçao niet beschikt over een vaste telefoonlijn: 56,5% heeft geen enkele vaste
lijn (zie figuur 4).
Daarnaast heeft 38,6% van de huishoudens nog één vaste lijn, terwijl slechts een kleine minderheid
twee lijnen (3,5%) of drie of meer lijnen (1,4%) heeft. Hierbij moet worden benadrukt dat het hier
uitsluitend gaat om particuliere huishoudens. Bedrijven, die naar verwachting vaker over meerdere
vaste lijnen beschikken, zijn niet in deze enquête meegenomen.

Resultaten thema Media

Binnen het thema Media is specifiek gekeken naar het gebruik van sociale media door de bevolking
van Curaçao. Sociale media zijn online platformen die gebruikers in staat stellen om onderling
informatie, ideeën en persoonlijke berichten uit te wisselen. De vragen over sociale media zijn
gesteld aan alle individuele leden van het huishouden van 0 jaar en ouder en hebben daarom
betrekking op personen, niet op huishoudens.
In deze eerste resultaten worden cijfers gepresenteerd over de mate waarin respondenten sociale
media gebruiken en over de specifieke platformen die zij daarvoor inzetten.
Uit de resultaten blijkt dat 77,4% van de respondenten aangeeft gebruik te maken van sociale
media. Een minderheid van 22,6% maakt hier geen gebruik van (zie figuur 5).


Onder de respondenten die aangeven sociale media te gebruiken, is WhatsApp met 90,5% het
meest gebruikte platform, gevolgd door Facebook (78,1%) en YouTube (57,5%). Instagram wordt
door 38,5% van de sociale mediagebruikers gebruikt. Verder bedraagt het bereik van TikTok
33,1% onder sociale mediagebruikers.Platformen als LinkedIn (5,7%), X/Twitter (4,4%) en
Telegram (3,1%) worden op aanmerkelijk kleinere schaal gebruikt (zie figuur 6). De percentages
betreffen meerdere antwoorden per respondent, aangezien gebruikers van meerdere platforms
tegelijk gebruik kunnen maken.
Resultaten thema Sociale Cohesie

Sociale cohesie verwijst naar de mate van verbondenheid, betrokkenheid en participatie van
burgers binnen de samenleving. In dit kader worden de eerste resultaten gepresenteerd van het
onderzoek naar sociale cohesie, met specifieke aandacht voor de toereikendheid van het
huishoudinkomen. Daarbij werd onderzocht in hoeverre huishoudens met het huidige inkomen in
staat zijn om diverse uitgaven te bekostigen. Dit biedt inzicht in sociaal-economische
ongelijkheden en in de mate waarin financiële middelen participatie in het dagelijks leven mogelijk
maken.

De resultaten in Tabel 5 geven een overzicht van de mate waarin huishoudens aangeven over
voldoende inkomen te beschikken om diverse uitgaven te realiseren. Hieruit blijkt dat een
meerderheid van de huishoudens financiële beperkingen ervaart, met name bij grotere en
structurele uitgaven. Zo rapporteert 63,3% van de respondenten onvoldoende inkomen te hebben
om op buitenlandse vakantie te gaan, terwijl 64,1% aangeeft niet in staat te zijn nieuwe meubels
aan te schaffen. Een identiek aandeel (64,1%) ervaart eveneens onvoldoende financiële ruimte
voor rente en aflossing van leningen of schulden.
Voor meer alledaagse uitgaven is het beeld relatief gunstiger, hoewel nog steeds aanzienlijk. Iets
meer dan de helft van de huishoudens geeft aan voldoende inkomen te hebben voor de aankoop
van kleding (56,8%), evenals voor uit eten gaan en gezond eten (beide 52,2%). Tegelijkertijd geeft
een substantieel aandeel huishoudens aan ook op deze terreinen beperkingen te ondervinden.
Uit de resultaten blijkt dat een merendeel van de huishoudens aangeeft niet over voldoende
inkomen te beschikken om verschillende uitgaven te realiseren. De beperkingen zijn het sterkst
aanwezig bij grotere uitgaven zoals vakanties, meubels en het aflossen van schulden. Voor
dagelijkse uitgaven ligt dit aandeel lager, maar ook hier ervaart een aanzienlijk deel beperkingen.
Resultaten thema Participatie in sport en culturele activiteiten

Binnen het thema Participatie is gevraagd naar sportdeelname en beoefende sporten. Gegevens
zijn verzameld onder alle huishoudleden van vijf jaar en ouder. In deze publicatie worden de eerste
resultaten weergegeven.
Drieënzestig komma negen procent van de respondenten heeft in de afgelopen twaalf maanden
geen sport beoefend. 36,1% van de bevolking van Curaçao van vijf jaar en ouder heeft wel aan
sport deelgenomen.
Aan de respondenten is gevraagd welke sport of sporten zij in de afgelopen twaalf maanden
hebben beoefend. Hierbij konden zij kiezen uit 62 gespecificeerde sportactiviteiten, waarbij
meerdere antwoorden mogelijk waren. Tabel 6 bevat uitsluitend de door respondenten opgegeven
meest beoefende sport. Van de 62 gespecificeerde sportactiviteiten worden 17 sporten als meest
beoefende sport gerapporteerd.
De categorie “andere sport” omvat onder meer danssporten (zoals dansen, ballet en jazzballet),
watersporten (zoals aquajoggen, waterballet, scuba diving, surfen, kajakken en zeilen) en overige
activiteiten zoals basket bal, cricket, kickbal, skate boarding, judo/karate, klimmen, golf, schieten,
dressuur (paardrijden) en drag racing. Deze activiteiten zijn door respondenten opgegeven en
vallen buiten de vooraf vastgestelde lijst van 62 sportactiviteiten.

Binnen de groep die sport beoefent, zijn lopen, fitness en zumba, zwemmen, veldvoetbal en
gymnastiek en turnen de meest genoemde sporten. Lopen is met 11,5% de meest beoefende
sport. Fitness en zumba volgen met 6,3%, zwemmen met 5,5%, veldvoetbal met 4,0% en
gymnastiek en turnen met 3,2%.
De vijf meest beoefende sporten (tabel 7) vertegenwoordigen samen 27,8% van de sportende
bevolking. Binnen de groep die sport beoefent (36,1%) is 77% geconcentreerd in deze meest
genoemde sporten.

Hardlopen en wielrennen, beide met 1,3%, behoren tot de gerapporteerde sporten. Deze sporten
worden zowel individueel als in georganiseerd verband beoefend.
Teamsporten zoals baseball (1,9%), softball (1,5%), volleyball (0,6%) en bolas krioya’s (0,1%) laten
een aanzienlijk lage deelname percentage zien. Dit kan verklaard worden door organisatorische
drempels van teamsporten zoals vaste trainingsmomenten, afhankelijk van teamstructuren en
competitieverplichting, wat de toegankelijkheid kan beperken.
De overige sportcategorieën vertegenwoordigen samen 3,7% van de sportdeelname. Hieronder
vallen onder meer tennis (0,9%), padel (1,2%), boksen/kickboksen (0,6%) en atletiek (0,3%).
Resultaten thema Slachtofferschap

Het thema Slachtofferschap (ervaringen met criminaliteit en ondersteuning voor slachtoffers) is
opgenomen binnen dit onderzoek om inzicht te krijgen in hoe vaak inwoners van Curaçao
slachtoffer worden van verschillende vormen van criminaliteit en hoe zij deze ervaringen beleven.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar feitelijke incidenten, maar ook naar de perceptie van
veiligheid en het vertrouwen in instanties zoals politie en justitie.
In deze eerste resultaten worden cijfers gepresenteerd over slachtofferschap van enkele
specifieke vormen van criminaliteit. Daarnaast wordt ingegaan op hoe veilig mensen zich voelen in
hun eigen buurt en in hoeverre zij te maken hebben gehad met pesten2.
Het thema Slactofferschap bestond uit twee sub-onderwerpen, namelijk: criminaliteit en veiligheid
en (cyber)pesten. Het gedeelte over criminaliteit en veiligheid bevatte vragen die alleen door het
hoofd van het huishouden werden beantwoord. De vragen over pesten werd door individuele
personen van 8 jaar en ouder beantwoord.
Criminaliteit en veiligheid
Tabel 8 geeft aan hoeveel huishoudens in de laatste 12 maanden te maken hebben gehad met een
of meerdere vormen van criminaliteit. De overgrote meerderheid van de huishoudens (92,4%)
geeft aan dat zij geen van de genoemde vormen van criminaliteit hebben meegemaakt, terwijl
slechts een kleine minderheid (7,6%) aangeeft dat zij wel minstens één type incident hebben
ervaren. Binnen de specifieke categorieën komt inbraak het vaakst voor met 3,1%, gevolgd door
diefstal uit een auto en diefstal van persoonlijke eigendommen, beide met 1,7%. Andere vormen
van criminaliteit, zoals algemene diefstal, autodiefstal, beroving met geweld, aanranding of
bedreiging, hit and run, corruptie en lichamelijk geweld, komen zeer weinig voor en blijven allemaal
onder de 1%. Over het geheel genomen laten de resultaten zien dat ervaring met criminaliteit in
deze groep relatief zeldzaam is, en dat het vooral gaat om vermogensdelicten in plaats van
geweldsdelicten.

Tabel 9 laat zien hoe veilig mensen zich voelen wanneer zij alleen s’avonds in hun buurt lopen.
Meer dan de helft van de respondenten (53,1%) geeft aan zich zeer veilig te voelen. Daarnaast voelt
14,4% zich enigszins veilig. Samen duidt dit erop dat een groot deel van de mensen zich over het
algemeen veilig voelt wanneer zij alleen s’avonds in hun buurt lopen.
Een kleinere groep ervaart minder veiligheid. 4,1% voelt zich enigszins onveilig en 2,5% voelt zich
zeer onveilig. Dit laat zien dat een kleine minderheid zich onveilig voelt wanneer zij alleen s’avonds
in hun buurt lopen.Opvallend is dat 25,8% aangeeft dat zij nooit alleen s’avonds in hun buurt lopen.

Pesten
Tabel 10 laat zien hoe vaak mensen in de afgelopen 12 maanden te maken hebben gehad met
pestgedrag. De resultaten hier zijn opgehoogd om een meer representatief beeld te krijgen van
hoeveel mensen op Curaçao slachtoffer zijn geweest van een of andere vorm van pestgedrag. De
meeste respondenten (97%) geven aan dat zij niet gepest zijn geweest in de afgelopen 12
maanden.
Van de respondenten die aangeven wel gepest te zijn, (2,2%) zijn de meesten verbaal gepest.
Cyberpesten en fysiek pesten kwamen minder voor (0,3% elk).

Publications
Definities
Institutionele huishouden/bevolking:
Alle personen die verblijven in instellingen waar zij langdurig worden verzorgd of gehuisvest, zoals
ziekenhuizen, verpleeghuizen, gevangenissen, internaten en andere institutionele woonvormen.
Media:
Alle middelen en kanalen die worden gebruikt om informatie te verzamelen, te verspreiden en te
communiceren naar een publiek.
Bijvoorbeeld: televisie, radio, kranten en tijdschriften, websites en online nieuws, sociale media
(zoals Instagram, Facebook, TikTok), podcasts en reclame (posters, billboards).
Niet-institutionele huishouden/bevolking:
Alle personen die deel uitmaken van particuliere huishoudens en niet verblijven in instellingen.
Proxy-interview:
Een interview waarbij een respondent namens een andere persoon antwoorden geeft.
Respondent:
Een persoon die deelneemt aan een onderzoek en vragen beantwoordt.
Slachtofferschap:
De situatie waarin een persoon slachtoffer wordt van criminaliteit, zoals diefstal, geweld of
vandalisme, en de ervaringen en gevolgen daarvan, inclusief de eventuele ondersteuning die het
slachtoffer ontvangt.
Sociale cohesie:
De mate waarin mensen binnen een samenleving of gemeenschap met elkaar verbonden zijn en op
een positieve manier met elkaar omgaan.
Steekproef:
Een selectie van een deel van de populatie die wordt onderzocht om uitspraken te doen over de
bevolking.
