De huishoudsituatie van schoolgaande jongeren ; publicatiereeks Census 2001

logo
Search

De huishoudsituatie van schoolgaande jongeren ; publicatiereeks Census 2001

Samenvatting

Uit internationale studies blijkt dat er geen sprake is van gelijke onderwijskansen voor jongeren vanwege verschillen in sociale herkomst. Sociaal-economische kenmerken van huishoudens spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe jongeren uiteindelijk presteren in het onderwijs. Jongeren afkomstig uit huishoudens met een zwakke sociaal-economische basis hebben in het algemeen minder gunstige schoolprestaties en schoolloopbanen. Vanuit dit uitgangspunt wordt op basis van Censusgegevens een kwantitatief beeld geschetst van de huishoudsituatie van schoolgaande jongeren aan de hand van van een tweetal indicatoren: het inkomen van het huishouden waar jongeren uit afkomstig zijn en de opleiding dat door het hoofd van het huishouden gevolgd is.

In een groot deel van de huishoudens in de Nederlandse Antillen zijn een of meer schoolgaande kinderen aanwezig. De participatie van huishoudens aan onderwijs bedraagt voor Bonaire 45,6 procent, Curaçao 47,5 procent, St. Maarten 40,3 procent, St. Eustatius 41,2 procent en Saba 36,4 procent. Gemiddeld zijn er ongeveer 2 schoolgaande kinderen per huishouden (met schoolgaande kinderen) (zie tabel 6.1 en 6.2.) Een belangrijk deel van de schoolgaande jongeren op de eilanden van de Nederlandse Antillen afkomstig is afkomstig uit huishoudens met een weinig gunstig financieel en opleidingsklimaat. Het percentage kinderen uit huishoudens met een brutoinkomen van 1000 gulden of minder per maand is op de eilanden als volgt: Bonaire 10,7 procent; Curaçao 20,4 procent: St. Maarten 14,2 procent; St. Eustatius 16,5 procent en Saba 12,6 procent. Indien wordt uitgegaan van een huishoudinkomen van ten hoogste 2000 gulden bruto per maand, dan blijkt ongeveer 30 tot 40 procent – verschillend per eiland- van de schoolkinderen op te groeien in een huishouden met dergelijke financiële omstandigheden (zie tabel 6.5.) Met het opleidingsniveau van de hoofden van huishoudens waaruit schoolgaande jongeren uit afkomstig zijn is het niet altijd best gesteld.

Het percentage kinderen uit huishoudens waarvan het hoofd maximaal een lagere schoolopleiding heeft is in Bonaire 16,6 procent, Curacao 21,2 procent, St. Maarten 22,5 procent, St. Eustatius 38,6 procent en Saba 28,6 procent. Verder blijkt dat afgerond 35 tot 50 procent - verschillend per eiland - van de schoolgaande jongeren uit een huishouden komt waarvan het hoofd slechts een lage opleiding (mavo/lbo) heeft gevolgd (zie tabel 6.8). De sociale realiteit van de eilanden is dat een groot aantal huishoudens met schoolgaande kinderen een vrouw aan het hoofd van dit huishouden heeft staan: Bonaire 29,3 procent; Curaçao 39 procent; St. Maarten 36 procent; St. Eustatius 42,2 procent en Saba 24,2 procent. Huishoudens met een vrouw aan het hoofd worden over het algemeen gekenmerkt door een lager opleidingsniveau van het hoofd en een lager huishoudinkomen vergeleken met huishoudens met een man aan het hoofd. (zie tabel 6.7 en 6.9) Schoolgaande kinderen afkomstig uit deze huishoudens waar een vrouw aan het hoofd staat verkeren hiermee in relatief weinig rooskleurige omstandigheden.

Met deze publicatie hoopt het CBS een bijdrage te leveren aan het inzichtelijk maken van die factoren die een belangrijke rol spelen ten aanzien van de schoolprestaties en schoolloopbanen van jongeren.

Download this publication here